Informatie en het onderwijs van de toekomst

Tegenwoordig vormt digitale communicatie een fundamenteel onderdeel van de maatschappij; we appen meer dan we bellen, we schrijven geen brieven meer maar e-mailen en bestellen onze boodschappen online.

Ook in het onderwijs wordt er steeds meer gebruik gemaakt van digitale technologie. Op veel scholen is ‘digitale geletterdheid’ een vast onderdeel van het programma. Het aanbieden van digitale geletterdheid moet ervoor zorgen dat onze kinderen worden opgevoed om actief deel te nemen aan een steeds sneller, digitaliserende samenleving. In het onderwijs van de toekomst, gaat digitale geletterdheid een vaste rol krijgen.

Momenteel worden er veel leerlijnen en materialen ontwikkeld, om digitale geletterdheid in de onderwijspraktijk aan te kunnen bieden. Scholen gebruiken steeds meer digitale apparatuur, leerlingen werken online samen en ‘nieuwe’ media worden steeds vaker gebruikt als informatiebron om het onderwijs vorm te geven.

Om nieuwe informatie een waardevolle plek te bieden in het onderwijs van de toekomst, moet er op veel scholen veel veranderen. Leerkrachten moeten geschoold worden, leerlingen hebben goede materialen nodig, en informatie moet overal en altijd beschikbaar zijn. De technische basis; de digitale infrastructuur, blijkt van noodzakelijk belang bij het ontwikkelen van digitale geletterdheid; zonder internet, geen nieuwe informatie.

De noodzaak voor een snelle en stabiele internetverbinding kan ik niet genoeg onderschrijven. In een maatschappij die van iedereen, steeds meer digitale vaardigheden vraagt, mag het onderwijs als belangrijke opvoedpartner niet achterblijven!

Bron: Koen Buiter, projectleider digitale geletterdheid, Openbaar Onderwijs Groningen

Meer informatie over digitale geletterdheid bij Openbaar Onderwijs Groningen bekijk het filmpje hierboven.

E-health: wat is dat?

In de 21ste eeuw blijven oudere mensen langer wonen in hun eigen thuisomgeving. Bij het ouder worden treden echter steeds vaker ziektes en chronische aandoeningen op. Het organiseren van betaalbare zorg voor deze mensen in een periode van (relatieve) schaarste van middelen is tegenwoordig een belangrijke uitdaging voor de bestuurders van onze gezondheidszorg. E-health is daarbij een veelbelovende oplossing, maar wat is het eigenlijk?

E-health is in ieder geval een breed begrip waar veel misverstanden over bestaan, zowel bij patiënten als zorgprofessionals. Een vaak gebruikte definitie stamt uit 2002 uit een Advies door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (https://www.raadrvs.nl/uploads/docs/Achtergrondstudie_-_E-health_in_zicht.pdf):

“eHealth is het gebruik van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, en met name internet-technologie, om gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen of te verbeteren.”

In dit advies wordt E-health onderverdeeld in E-zorg, E-zorgondersteuning, en E-public health.

E-zorg betreft de primaire zorgprocessen rond de individuele patiënt en helpt bijvoorbeeld bij het vaststellen van ziekte (E-diagnose), geven van behandeling (E-therapie), en begeleiden van ziekte op afstand (E- of telecare). Vooral het meten van lichaamsfuncties en het doorgeven van deze informatie via internet aan een database en/of zorgprofessional in het ziekenhuis zal in de komende jaren een grote vlucht gaan nemen (zie schema hieronder):

Afhankelijk van de aard van de ziekte of aandoening kunnen verschillende lichaamsfuncties gemeten en doorgegeven worden. Bij een longpatiënt die beademd moet worden zijn dat het zuurstof- en koolzuurgehalte in het bloed. Theoretisch kan een computer op afstand de instellingen van een beademingsapparaat bijstellen op basis van de opgestuurde gegevens. Het voordeel van deze vormen van telecare is dat patiënten thuis behandeld kunnen worden, ook als het gaat om gecompliceerde behandelingen als beademing.

De overheid pleit al jaren voor een rol van E-health, en dit lijkt langzaam maar zeker van de grond te komen.  In een mooi voorlichtingsfilmpje van de overheid pleit een patiënt met broze botten voor de grote voordelen van E-health (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/e-health/voordelen-e-health).

E-zorgondersteuning betreft meer de randzaken zoals administratie en management in het ziekenhuis of andere zorginstellingen. Dat lijkt minder belangrijk voor de patiënt maar het tegendeel is waar. Patiënten zullen in de toekomst heel makkelijk zelf digitale afspraken met hun hulpverlener maken, receptherhalingen regelen, en hun eigen elektronische medische dossier inzien. Op die manier kunnen patiënten meer en beter de regie voeren over hun ziekte. In het ziekenhuis zullen geautomatiseerde systemen artsen helpen om medische beslissingen te nemen. En voor hulpverleners zal het makkelijker worden om efficiënt naar elkaar door te verwijzen. E-public health gaat er van uit dat nieuwe informatie- en communicatietechnologieën gaan bijdragen aan de gezondheidstoestand van de gehele bevolking (dus niet onmiddellijk de individuele patiënt). Meest voor de hand liggende voorbeeld is het monitoren van de bevolking bij een griepepidemie, en het digitaal teruggeven van informatie, voorlichting en adviezen.

De technologie die E-health mogelijk maakt is uiteraard doorslaggevend voor het succes van een E-health toepassing:

Webapplicaties Toepassingen via de webbrowser, zoals patiëntportalen of educatieportalen voor zorgverleners.
Mobiele apps Toepassingen die via een mobiel apparaat worden aangeboden, zoals gezondheids- en medische apps.
Elektronische patiëntendossiers en persoonlijke gezondheidsdossiers Systemen waarin zorgverleners medische patiëntgegevens registreren binnen hun eigen zorgorganisatie.
Health-sensoren en wearable devices Draagbare apparaten die patiënten gebruiken om lichaamsfuncties te meten, de resultaten te verzamelen en eventueel door te geven aan een zorgprofessional.
Videocommunicatie (ook wel ‘beeldbellen’) Toepassingen waarbij een zorgprofessional face-to-face op afstand contact kan hebben met patiënten.
Domotica Verzamelnaam voor toepassing van elektronica voor automatisering in huis. Het gaat vaak om een combinatie van omgevingsbewuste sensoren. Een voorbeeld is gebruik van sensoren voor valdetectie bij ouderen.
Robotica Robots zijn zelfstandige machines die bepaalde taken kunnen verrichten, in het algemeen aangestuurd door computersoftware.
Medische integratienetwerken Elektronische netwerken waarover medische informatie wordt uitgewisseld, zoals medicatiegegevens en recepten.

(overgenomen en aangepast uit https://ehealth88.nl/is-ehealth-nu-precies/).

Een goede aansluiting op internet is van vitaal belang voor E-health; het gaat ten slotte om onze gezondheid.  Deze aansluiting behoort zowel bij uploaden als downloaden hoge snelheden te kunnen ontwikkelen, beschermd te zijn tegen “aftappen”,  altijd beschikbaar en liefst energie zuinig te zijn.  Het DGC is zich zeer bewust van de noodzaak van een betrouwbare aansluiting ten behoeve  E-health en heeft daarom gekozen voor een kwalitatief hoogwaardig glasvezelnetwerk waarop iedere persoon in het verzorgingsgebied aangesloten kan worden; niet alleen voor de personen in de woonkernen, maar ook die in de buitengebieden.

Bron:

Aanleg glasvezel lijkt op soap

Wie die klus klaart, is nauwelijks nog van belang

Westerveld Op Glas (WOG) heet het burgerinitiatief dat de afgelopen jaren onderzoek deed naar de mogelijkheden van snel internet in deze landelijke gemeente. In die periode liet de club zich hier nu eens optimistisch, dan juist weer pessimistisch over uit. Dit najaar stond WOG opeens in de startblokken om samen met netwerkbedrijf Rendo en breedbandspecialist CIF het glasvezelnetwerk daadwerkelijk aan de vork te steken. Inmiddels is het gezamenlijke initiatief alweer van tafel. WOG, dat schermt met een buitenlandse financier, denkt de twee andere partijen niet meer nodig te hebben. Rendo en CIF smeden samen eveneens plannen om Westerveld te ‘verglazen’.

Gedeputeerde Henk Jumelet bracht WOG en Rendo/CIF recentelijk samen aan tafel. Een hernieuwde samenwerking heeft dat niet opgeleverd. En zo zijn er nu dus twee kabelaars op de markt, overigens zonder dat wie dan ook nu wél de schop in de grond heeft gezet. WOG is haar onderzoek naar snel internet een aantal jaren geleden begonnen op verzoek van de gemeente. Maar zowel wethouder Klaas Smidt als diverse raadsfracties lieten pas al in niet mis te verstane bewoordingen weten dat hun geduld met het burgerinitiatief op is. Er moet nu echt zo snel mogelijk glasvezel komen, vindt men in Diever. Wie die klus klaart, is nauwelijks nog van belang.

Mogelijk daarom klinkt WOG-voorzitter Eric Olaf Brinkers nu kordater dan ooit: ,,Woensdag 28 maart beginnen wij met graven. We pakken de klus fasegewijs aan. In fase één bedienen we onze eerste vijfhonderd abonnees, tussen Lheebroek en de grens met Overijssel. Eind volgende week verwacht ik het contract met onze financier te kunnen tekenen.”

,,Wij hebben tot dusver pas op de plaats gemaakt, uit respect voor het burgerinitiatief”, zegt Rendo-directeur Eddy Veenstra. ,,Maar na de uitspraken in de gemeenteraad willen ook Rendo en CIF niet langer stilzitten. We zijn nu druk bezig het hele gebied in kaart te brengen. Wil WOG op 28 maart starten? Zo snel gaat het ons niet lukken. Belangrijker is dat het glasvezel er komt, al laten wij ons niet de kaas van het brood eten.” Veenstra laat zich er niet over uit hoe Rendo abonnees wil werven.

Het is kortom niet denkbeeldig dat Westerveld, met haar trage internet van dit moment, binnen afzienbare tijd zowaar twee glasvezelnetwerken kent. WOG becijferde de aanleg van glasvezel in heel Westerveld eerder op 22 miljoen euro. Brinkers zegt dat een compleet abonnement (bellen, tv en internet) bij zijn club op 71 euro per maand uitkomt. Veenstra kan nog niet zeggen wat Rendo glasvezelklanten in rekening denkt te brengen.

Bron: DVHN 1 maart 2018

2de Nieuwsbrief

Het is tijd om u weer even bij te praten over de ontwikkelingen rond het Drentse Glasvezel Collectief (DGC).

Uw lokale glasvezelinitiatief heeft zich bij dit samenwerkingsverband aangesloten. Samen zorgen we ervoor dat er glasvezel in ons werkgebied wordt aangelegd. Kort geleden heeft het dorp Anderen zich ook bij het DGC gevoegd: welkom!

In de afbeelding ziet u het werkgebied van het DGC.

Wat is de stand van zaken?

Heel in het kort gezegd: er is een netwerkontwerp, er is een Business Case (BC), we hebben een pakket van eisen geformuleerd voor onze toekomstige contractpartner en we zijn in gesprek met marktpartijen. Het werk vordert, maar we hadden gehoopt verder te zijn; met name het netwerkontwerp heeft meer tijd gekost dan gedacht.

Netwerk

Het DGC heeft ruim 6.200 mogelijke aansluitingen. Onder regie van onze technische commissie heeft het bedrijf Geostruct hiervoor een netwerk ontworpen. Hierin zijn alle aansluitingen en apparatuur opgenomen die voor het netwerk benodigd zijn. Daarna zijn we de dorpen in gegaan om te zien of de kabels gelegd kunnen worden zoals gepland en of er geen bomen of andere obstakels in de weg staan. Toen het netwerkontwerp klaar was, konden we ook de aanlegkosten daarvan uitrekenen.

Business Case

Toen de aanlegkosten in beeld waren, zijn we gaan rekenen. Onze Commissie Organisatie en Financiën heeft de Business Case en het Business Plan gemaakt. Hierin hebben we uiteenlopende scenario’s uitgewerkt. De conclusie is dat er op verschillende manieren een sluitende business case is te maken en dat stemt positief. De belangrijkste variabele is hoe dan ook het aantal deelnemers. Want het netwerk komt er pas als er voldoende mensen meedoen. We hebben er alle vertrouwen in dat ons dat gaat lukken.

Selectie providers

We zijn nu in gesprek met ervaren providers en grotere marktpartijen die ons keuze en stabiliteit kunnen bieden. Want de betrouwbaarheid van het netwerk is doorslaggevend voor het succes van ons project. Dat blijkt ook uit de gesprekken die we hierover voeren met andere glasvezelinitiatieven. Die betrouwbaarheid zit hem in het voorkomen en verhelpen van storingen, beschikbaarheid van het netwerk, beschikbaarheid van een helpdesk, etc. Kleine providers kunnen die zekerheid niet altijd bieden.

De drie lagen

Hoe zit het ook al weer met die ‘lagen’? Bij een glasvezelnetwerk worden drie lagen onderscheiden:

  1. Het netwerk van kabels en kasten dat aangelegd en onderhouden moet worden.
  2. De belichter die ervoor zorgt dat het lichtsignaal het glasvezelnetwerk in gaat.
  3. De providers, oftewel de aanbieders van TV-, internet, telefonie en eventuele zakelijke diensten.

Onze wensen

Om goed te kunnen onderhandelen met de verschillende marktpartijen hebben wij een aantal wensen geformuleerd. Een greep daaruit:

  • Er moet een compleet werkend netwerk worden aangelegd;
  • Het netwerk moet zowel in de witte (ADSL) gebieden als in de grijze (Coax) gebieden komen;
  • Meerdere graafploegen leggen in het gehele gebied in één keer het netwerk aan;
  • Begeleiding bij de werving van de abonnementen.
  • We willen minimaal drie grote providers met een ruime keuze (verschillende contracten) in het aanbod van diensten, serviceniveau, etc.;
  • Concurrerende tarieven;
  • Ondersteuning bij de installatie en een toegankelijke helpdesk.

Alleen glasvezel voorziet in de eisen van morgen

Over een paar jaar worden er steeds meer diensten via internet aangeboden. Alleen glasvezel heeft voldoende capaciteit om dat betrouwbaar te doen. In dit netwerk heeft iedereen zijn eigen aansluiting van constante kwaliteit. De kabel- en de kopernetwerken daarentegen hebben in de verste verte niet de benodigde snelheid en stabiliteit. Bovendien deelt u die aansluitingen met de buren. We zien dat de aanbieders van deze traditionele netwerken bereid zijn om de snelheid iets op te schroeven en kortingen te geven, in gebieden waar glasvezel wordt aangelegd. U gaat vast nog door uw huidige aanbieder benaderd worden. Weet dan waarvoor u kiest.

Jaarvergaderingen

Zo rond deze tijd worden in veel dorpen de jaarvergaderingen van de dorpsverenigingen gehouden. Een geschikt moment om even van ons te laten horen. Het DGC biedt aan om in de jaarvergaderingen een toelichting te verzorgen over de stand van zaken en ontwikkelingen. Als daar behoefte aan is, kunt u contact opnemen met uw eigen bestuur of lokale vertegenwoordiger van het DGC. Deze lokale vertegenwoordigers zijn binnenkort op onze site te vinden.

De Commissie Communicatie van het DGC werkt op dit moment aan een website waar u alle informatie over ons project kunt vinden. Op 1 maart gaat de website live.

Planning

Het blijft moeilijk om in dit stadium een concrete planning te geven. Het streven is er nadrukkelijk wel op gericht om in de loop van 2019 glasvezel in het hele verzorgingsgebied van het DGC operationeel te hebben.

Tot slot

Het DGC wil een stabiel glasvezelnetwerk bieden met kwaliteitsproviders en een ruim aanbod van diensten. Dit kost tijd. We spreken met partners die aan onze wensen tegemoet komen en waarmee we sluitende afspraken kunnen maken. Dat gaat ons binnen niet al te lange tijd lukken. We moeten ons realiseren dat bij de start van het aanleggen van de kabels, we in de eindfase van het project zitten. Al het voorbereidende werk is dan immers achter de rug. Alleen een degelijke voorbereiding staat garant voor ongestoord bellen, internetten, TV- kijken en het ontvangen van veel aanvullende diensten. Dit alles uiteraard tegen een concurrerend tarief!